Iedereen erkent het belang van goed onderwijs, maar de verdeeldheid over het wat en hoe is groot. Bestuurders, managers, docenten en studenten kijken veelal vanuit hun eigen perspectief en zijn het daardoor vaak oneens met elkaar. Dit wederzijds onbegrip leidt niet zelden tot scheve verhoudingen, onvrede en strijd. Kijk maar naar de protestacties, zoals de
7 ton kostende bezetting van het Maagdenhuis en het Bungehuis vorig jaar met als inzet verdere democratisering binnen de Universiteit van Amsterdam. Protestacties in het onderwijs is overigens niet nieuw, maar van alle tijden. Ook in de tijd dat ik studeerde (jaren 80) waren er regelmatig demonstraties van studenten en docenten.
Wat opvalt is dat dit voortdurende debat echte vernieuwing en duurzame oplossingen vaak in de weg zit. Niet zelden worden maatregelen top-down naar beneden gedrukt wat leidt tot fel protest. In het debat wordt beperkt naar elkaar geluisterd, omdat eigen belang voorop gesteld wordt. Macht, gelijk halen en onderhandelen voeren hierbij de boventoon. In deze politieke arena is weinig ruimte voor het cocreeren van echte vernieuwing en duurzame oplossingen. Het sluiten van compromissen lijkt het hoogst haalbare in dit systeem van macht en coalities.
Strijd vindt plaats op alle niveaus en heeft een hoog wij-zij gehalte waarin eigenbelang een dominante plaats heeft en een echt dialoog nog te weinig plaatsvindt. Op het hoogste niveau wordt veelal politiek bedreven om eigen posities – zowel van betrokkenen zelf als de instituten waar zij leiding aan geven – te beschermen. Beslissingen worden naar beneden gedrukt, waarbij middelmanagement de ondankbare taak heeft dit door te geven en te vertalen naar de operationele werkvloer. De professionals op hun beurt worstelen met het beschermen van hun professioneel domein binnen de strakker wordende kaders die hen – overigens soms begrijpelijk- worden opgelegd. Zoals ik eerder in een artikel
‘Cultuur in Onderwijs? Maak het tastbaar!’ op ManagementSite schreef vindt er te weinig een
echt dialoog plaats tussen de verschillende lagen binnen het onderwijssysteem waardoor onbegrip blijft bestaan met alle negatieve gevolgen van dien, zoals medewerkers- en studentenontevredenheid en hoog ziekteverzuim. Deze symptomen van een ‘ziek systeem’ waarin ordeningen niet gerespecteerd worden en er een onbalans is tussen geven en nemen, maak ik in mijn coachpraktijk helaas nog dagelijks mee.
Hoe zou het zijn wanneer er ruimte ontstaat voor een echt dialoog, vanuit een gedeelde ‘purpose’, en alle stakeholders samen werken aan een betekenisvol perspectief. Mijn stelling is dat wanneer we onze eigen belangen en oordelen weten uit te stellen en terugkeren naar het bestaansrecht en het waarom van onderwijs en niet uit het oog verliezen voor wie we dit doen – de purpose – er veel minder discussie is. Er ontstaat eerder een ruimte van gedeelde wil en verlangen waarin samen gewerkt kan worden aan een betekenisvol perspectief. Dit geldt zeker voor mensen in het onderwijs, die net als in de zorg, veelal gedreven zijn vanuit een maatschappelijke missie. Helaas sneeuwt deze gedeelde wil vaak onder in de waan van de dag. Ook wanneer in het debat over het wat en het hoe het gezamenlijk belang ondergeschikt wordt gemaakt aan eigen belang.
Wat als we onze gezamenlijke focus leggen op de toekomst, op onze kinderen die wij vanuit ons hart het beste wensen? Het effect van deze verschuiving van focus werd heel duidelijk zichtbaar in een opstelling over het hoger onderwijs die ik eind vorig jaar inbracht in een dag over organisatieopstellingen. Het was heel opmerkelijk te zien en te voelen dat door de opgestelde representanten veel kramp in het systeem ervaren werd. Kramp in de relatie tussen RvB en instituutsdirecteuren, tussen directeuren en teamleiders, tussen teamleiders en docenten en tussen docent en student. Het systeem leek op slot te zitten, en de student voelde zich weinig verbonden met de rest van het onderwijssysteem. Pas toen de ’toekomstige student’ in het systeem opgesteld werd ontstond er beweging. De ogen van alle representanten bewogen zich naar deze toekomstige student met als gevolg dat de eerdere kramp plaatsmaakte voor gedeelde energie en focus.
Een gedeelde ‘purpose’ maakt onderlinge verschillen verbindend in plaats van begrenzend. De focusverschuiving van het individueel belang naar het gemeenschappelijke belang om onze kinderen als student van de toekomst passend en kwalitatief goed onderwijs te bieden zorgt voor de gedeelde wil om ieder vanuit zijn/haar eigen rol en perspectief een bijdrage te leveren. Met als resultaat een open systeem dat met elkaar, in dialoog en cocreatie naar duurzame oplossingen zoekt. Waarin naar alle stakeholders echt geluisterd wordt en er bruggen worden gebouwd tussen eilandjes. In die zin is het thema-gericht onderwijs een goed voorbeeld, doordat verschillende disciplines genoodzaakt zijn om met elkaar samen te werken en elkaars talent te benutten. Op bestuurlijk niveau zou dat meer navolging mogen krijgen, want het komt nog te vaak voor dat complexe vraagstukken te gefragmenteerd opgepakt worden.
Start met het waarom en voor wie, en verken met alle betrokkenen wat er nodig is. Betrek het gehele ecosysteem in plaats van het vraagstuk te begrenzen binnen ‘oude’ structuren als afdelingen, instituten, sectoren, landen, werelddelen. Kijk maar naar het vluchtelingen of het klimaatvraagstuk die echt om een wereldwijde en integrale benadering vragen.
In deze open ruimte vanuit een gedeelde wil en perspectief kunnen bottum-up experimenten ontstaan die kunnen uitgroeien naar duurzame onderwijsvernieuwing. Mooie voorbeelden zijn platforms en communities zoals Kennisland, United4Education, Innovatieimpuls Nederland, waar experimenten voor echte vernieuwing in het onderwijs ontstaan.
Deze verschuiving vraagt om een ander soort leiderschap die het waarom (de purpose) en het wat (de kaders) centraal stelt en zich dienstbaar maakt aan het hoe (de implementatie) dat in cocreatie wordt vormgegeven. In het onderwijs bijvoorbeeld vraagt dat om samenwerking tussen professionals in het lager, voortgezet en hoger onderwijs, hun studenten en leerlingen, en toekomstige werkgevers waarvoor zij opgeleid worden. Verdere vernieuwing naar talentgericht onderwijs die beter aansluit bij de wat de huidige maatschappij vraagt komt dan zeker dichterbij.
Zeven tips voor nieuwe leiders:
- Start met de purpose: wat is ons bestaansrecht en wat willen wij werkelijk?
- Breng alle betrokkenen in beeld en ga in dialoog over wat er is, wat dit betekent voor een ieder, op zoek naar de kansen vanuit een gedeelde wil
- Luister aandachtig naar wat er eigenlijk wil ontstaan
- Volg aanwezige energie en stimuleer experimenten.
- Geef richting en kaders en faciliteer eigen verantwoordelijkheid; Weersta de neiging om zelf de touwtjes in handen te willen houden en alles te willen controleren
- Focus niet alleen op resultaat maar ook op lerend vermogen
- Leer, volhard en koester succesmomenten
Kortom, hoe zou het zijn wanneer wij meer leiders creëren die vanuit een gedeelde purpose mensen in beweging brengen om samen duurzame oplossingen te cocreeren? Door hun aan te spreken op eigen verantwoordelijkheid, hun talenten en intrinsieke motivatie.
Gerelateerd